Belastingen op BELEGGINGEN verhogen (voorlopig) niet.

In afwachting van een mogelijke verhoging van de belastingen worden de huidige tarieven vermeld.

1) Spaarrekening (ook het vroeger goed gekende spaarboekje)
Voor de inkomsten van 2011 geldt dat de eerste schijf van 1.770 euro de interesten zijn vrijgesteld. Boven dit bedrag bedraagt de roerende voorheffing 15%.

2) Kasbon en kapitalisatiebon
Op de respectievelijke interesten of gekapitaliseerde interesten wordt er 15% roerende voorheffing geheven.

3) Obligatie en zerokoeponobligatie
Er wordt 15% roerende voorheffing geheven op de interesten. Er dient ook een beurstaks van 0,07% betaald bij aankopen op de secundaire markt. Bij zerokoeponobligaties wordt de roerende voorheffing berekend op de meerwaarde.

4) Aandelen
Op dividenden wordt er 25% roerende voorheffing geheven, en 0,17% beurstaks bij transacties. Indien de belegger over het overeenstemmende VVPR-effect beschikt, betaalt men slechts 15% roerende voorheffing.

5) Fondsen
a) Aandelenfondsen
Er wordt 15% roerende voorheffing geheven op distributieaandelen, en bij de uitstap moet er beurstaks van 0,5% worden betaald, met een maximum van 750 euro bij kapitalisatieaandelen.
b) Obligatiefondsen
Bij distributieaandelen moet de belegger 15% roerende voorheffing betalen op de koepon.
Bij kapitalisatieaandelen moet er naast de beurstaks van 0,5% (met een maximum van 750 euro) 15% roerende voorheffing worden betaald op de meerwaarde afkomstig van de vastrentende effecten, bij de wederinkoop (of liquidatie)
c) Gemengde fondsen
Bij distributieaandelen moet de belegger 15% roerende voorheffing betalen op de koepon.
Bij kapitalisatieaandelen moet er naast de beurstaks van 0,5% (met een maximum van 750 euro) 15% roerende voorheffing worden betaald op de meerwaarde afkomstig van de vastrentende effecten, bij de wederinkoop (of liquidatie) en voldoen aan twee voorwaarden:
– er wordt meer dan 40% belegd in vastrentende effecten;
– het gemengd fonds heeft een Europees paspoort.
d) Fonds met kapitaalgarantie
Er wordt geen roerende voorheffing betaald door de belegger.

6) Verzekeringsproducten: tak 21, 23 en 26.
Bij tak 21 en 23 moet er een premietaks van 1,1% (particulieren) worden betaald bij de storting.

a) tak 21
Indien het product meer dan 8 jaar (“8 jaar en 1 dag”) wordt aangehouden moet er geen roerende voorheffing worden betaald.
b) tak 23
Zonder rendementswaarborg moet er geen roerende voorheffing worden betaald.
Met rendementswaarborg moet er 15% roerende voorheffing worden betaald op het gewaarborgd rendement.
c) tak 26
Er moet 15% roerende voorheffing worden betaald op de interesten en de winstdeelneming.

About these ads

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s