Bedenkingen bij de studie van sp.a kamerlid Dirk Vander Maelen.

We hebben zijn studie niet gelezen en baseren ons wat er in de pers hierover is verschenen.

De aandeelhouders zijn volgens hem de grote winnaars van de crisis.

- er waren geen data beschikbaar van de laatste 2 jaar nochtans erg slechte jaren wat de bedrijfswinsten betreffen;
- werd er een onderscheid gemaakt tussen bedrijven die beursgenoteerd zijn en niet beursgenoteerd? De analyse moet meer gedetailleerd zijn;
- beursgnoteerde bedrijven hebben er belang bij een stijgend dividend toe te kennen zelfs al was er geen of bijna geen winst;
- de aandeelhouders kijken niet alleen naar het dividend maar ook naar de koersevolutie (hopen op koerswinst), welke resultaten gaf beiden samen? Bij aandelen is het kapitaal niet gegarandeerd;
- soms kan het belangrijk zijn een deel van het kapitaal terug te betalen wanneer het bedrijf te veel liquide middelen heeft;
- wat gaat men doen met minwaarden, verrekenbaar in de personenbelasting?
- de gemeenten belegden in het goede huisvader aandeel Dexia, is de Gemeentelijke Holding de grote winnaar geworden van de crisis?
- hij wil de roerende voorheffing verhogen, ook voor beursgenoteerde bedrijven, dan zal dat een negatief effect hebben op de beurskoersen ook op dat van Dexia;
- waarom de zaken niet aanpakken op Europees niveau wat de vennootschapsbelasting betreft, Ierland (12,5%), weldra Hongarije (10%), Bulgarije met 10% vennootschapsbelasting….., en wat de eurolanden betreft 1 munt, 1 markt, 1 vennootschapstarief…. het zijn bedenkingen….
- als men onze vennootschapsbelasting verhoogt, zullen er meer bedrijven hun activiteiten overbrengen naar Europese landen waar de vennootschapsbelasting lager is, zal een verlies geven aan jobs;
- de notionele interestaftrek is noodzakelijk voor de concurrentiekracht en de werkgelegenheid; misschien dat voor bepaalde bedrijven waarvoor het niet echt bedoeld is het kan worden bijgestuurd; moet zeer concreet worden weergegeven;
- meerwaarden op aandelen belasten? en wat met de minwaarden? de koersevolutie van sommige aandelen al eens goed bekeken? moet er een onderscheid gemaakt worden tussen genoteerde en niet-genoteerde aandelen? zouden eventuele dividenden van startende bedrijven ook aan een hogere roerende voorheffing moeten onderworpen worden? Ons land kent al zo weinig ondernemers; welke gevolgen op de koersen van beursgenoteerde aandelen zoals bijvoorbeeld Dexia?
- er wordt gesproken over stijgende bedrijfswinsten, belangrijk is ook te weten wat dit begrip exact inhoudt; ook met de betaalde interesten om te kunnen produceren, een voorraad die onverkoopbaar blijkt, klanten die ineens niet meer kunnen betalen, enz moet men toch ook rekening houden….

De verdienste van de studie is dat men over deze zaken moet kunnen praten, maar men mag niet te kort door de bocht gaan. De zaken zijn complexer dan op het eerste gezicht gedacht. Men moet de zaken minstens op Europees niveau aanpakken.

Belastingen op BELEGGINGEN verhogen (voorlopig) niet.

In afwachting van een mogelijke verhoging van de belastingen worden de huidige tarieven vermeld.

1) Spaarrekening (ook het vroeger goed gekende spaarboekje)
Voor de inkomsten van 2011 geldt dat de eerste schijf van 1.770 euro de interesten zijn vrijgesteld. Boven dit bedrag bedraagt de roerende voorheffing 15%.

2) Kasbon en kapitalisatiebon
Op de respectievelijke interesten of gekapitaliseerde interesten wordt er 15% roerende voorheffing geheven.

3) Obligatie en zerokoeponobligatie
Er wordt 15% roerende voorheffing geheven op de interesten. Er dient ook een beurstaks van 0,07% betaald bij aankopen op de secundaire markt. Bij zerokoeponobligaties wordt de roerende voorheffing berekend op de meerwaarde.

4) Aandelen
Op dividenden wordt er 25% roerende voorheffing geheven, en 0,17% beurstaks bij transacties. Indien de belegger over het overeenstemmende VVPR-effect beschikt, betaalt men slechts 15% roerende voorheffing.

5) Fondsen
a) Aandelenfondsen
Er wordt 15% roerende voorheffing geheven op distributieaandelen, en bij de uitstap moet er beurstaks van 0,5% worden betaald, met een maximum van 750 euro bij kapitalisatieaandelen.
b) Obligatiefondsen
Bij distributieaandelen moet de belegger 15% roerende voorheffing betalen op de koepon.
Bij kapitalisatieaandelen moet er naast de beurstaks van 0,5% (met een maximum van 750 euro) 15% roerende voorheffing worden betaald op de meerwaarde afkomstig van de vastrentende effecten, bij de wederinkoop (of liquidatie)
c) Gemengde fondsen
Bij distributieaandelen moet de belegger 15% roerende voorheffing betalen op de koepon.
Bij kapitalisatieaandelen moet er naast de beurstaks van 0,5% (met een maximum van 750 euro) 15% roerende voorheffing worden betaald op de meerwaarde afkomstig van de vastrentende effecten, bij de wederinkoop (of liquidatie) en voldoen aan twee voorwaarden:
- er wordt meer dan 40% belegd in vastrentende effecten;
- het gemengd fonds heeft een Europees paspoort.
d) Fonds met kapitaalgarantie
Er wordt geen roerende voorheffing betaald door de belegger.

6) Verzekeringsproducten: tak 21, 23 en 26.
Bij tak 21 en 23 moet er een premietaks van 1,1% (particulieren) worden betaald bij de storting.

a) tak 21
Indien het product meer dan 8 jaar (“8 jaar en 1 dag”) wordt aangehouden moet er geen roerende voorheffing worden betaald.
b) tak 23
Zonder rendementswaarborg moet er geen roerende voorheffing worden betaald.
Met rendementswaarborg moet er 15% roerende voorheffing worden betaald op het gewaarborgd rendement.
c) tak 26
Er moet 15% roerende voorheffing worden betaald op de interesten en de winstdeelneming.

Biedt HANDGIFT voordelen?

Een handgift is een overhandiging van een roerend goed (kan dus ook geld zijn) van hand tot hand, zonder dat er “geld” wordt gegeven als tegenprestatie. Het geschrift is belangrijk voor de vaste datum bij de handgift, om aan de fiscus uit te leggen vanwaar uw middelen komen en als “wapen” tegen gefrustreerde familieleden die dachten dat zij hierop recht hebben.

1. Voordelen

De voordelen van handgift zijn:

1) er moeten geen verlaagde schenkingsrechten worden betaald en er moet niet via een notaris worden gewerkt (dus geen registratie van een notariële akte); schenkingsrechten verschillen naargelang het gewest in België en naargelang de verwantschap tussen de schenker en de begiftigde;
2) er moeten geen successierechten worden betaald op voorwaarde dat de schenker niet binnen de 3 jaar na de vastgelegde datum overlijdt.

2. Kenmerken

De begiftigde moet sterk in zijn schoenen staan tegenover de fiscus:

- de begiftigde moet aantonen dat het om een schenking gaat en niet om de bewaargeving van het roerend goed;
- de schenking aan de begiftigde moet onmiddellijk en definitief zijn, en de schenker heeft er niets meer over te zeggen;
- de begiftigde moet de schenking aanvaarden, dit kan zowel uitdrukkelijk als stilzwijgend gebeuren;
- het is evident dat handgift alleen kan tussen levenden en niet mag gebeuren als compensatie voor bijvoorbeeld openstaande schulden van de schenker;
- er kunnen wel voorwaarden in een afzonderlijk geschrift worden opgenomen (bijvoorbeeld quid indien de begiftigde voor de schenker overlijdt).

3. Wat?

De goederen moeten materieel kunnen worden overgedragen (lichamelijke roerende goederen) zoals een auto, juwelen, kasbons, euro obligaties, cash geld, aandelen aan toonder (dus niet op naam) daadwerkelijk op papier gedrukt, enz.

Het spaarboekje (op naam), effecten aan toonder (vanaf 1 januari 2014 gedematerialiseerd) komen niet in aanmerking.

4. De vaste datum.

De vaste datum is essentieel om te bepalen of men al dan niet successierechten moet betalen. Er moet minstens 3 jaar liggen tussen de vaste datum en het overlijden van de schenker. Indien niet zal de fiscus dit deel fictief bij de nalatenschap voegen om de successsierechten te berekenen.

5. Hoe te werk gaan om een vaste datum en schriftelijke bewijsstukken te bekomen?

De Schenker stuurt een aangetekende brief (met vaste datum) naar de begiftigde om bijvoorbeeld op 17 september 2011 om 11u. aanwezig te zijn in het KBC kantoor op de Markt in Mechelen (een aangetekende uitnodigingsbrief), om een overdracht te doen van geld en/of effecten.

Aan het loket overhandigt de schenker het geld en/of effecten aan de begiftigde (bewijsstukken, uitreksels van beide rekeningen/effectenrekeningen).

Bij de omschrijving vermeldt u niets, niet dat het om een schenking gaat.

De begiftigde stuurt de schenker een dankbrief (aanvaardingsbrief).

Er wordt aanbevolen de brieven zo te versturen dat de postdatumstempel om de brief zelf terecht komt en niet op de briefomslag.

We zijn voorstander van deze werkwijze in plaats van deze documenten te laten registreren in Nederland bij een notaris of in een ver afgelegen land of kanton.

6. Schenker wordt zwaar ziek

Indien de schenker het niet lang meer trekt, dan wordt het een beetje gokken. Overlijdt hij binnen de 3 jaar dan moeten er succesierechten worden betaald, indien de begiftigde alsnog VOOR het overlijden van de schenker de documenten laat registreren kan het zijn dat de registratierechten lager uitvallen dan de successierechten. Eerst vlug eens de berekeningen maken.

7. Niet verwarren met “handgift via banken” (bankgift)

Een handgift (van hand tot hand) mag niet verward worden met een handgift via banken (bankgift). Dit laatste is een schenking per bankoverschrijving van geld of een effectenoverschrijving van de schenker naar de effectenrekening van de begiftigde.

Er mag niet vermeld staan dat het om een schenking of gift gaat bij de omschrijving op het overschrijvingsformulier.

Er wordt een afzonderlijk document opgesteld waaruit blijkt dat het om een overdracht gaat met het doel te schenken.

- de schenker stuurt een aangetekende brief aan de begiftigde om geld/effecten te schenken (dus geen effecten op naam);
- de schenker doet een overschrijving via zijn rekening of via zijn effectenrekening;
- beiden stellen een document op dat er werd overgeschreven met het doel te schenken; dit document wordt niet geregistreerd, anders moet men 3 à 7% registratierechten betalen; de absolute voorwaarde is wel dat de schenker niet binnen de 3 jaar overlijdt anders moet de begiftigde successierechten betalen.

Groter passief dan actief, toch SUCCESSIERECHTEN..

Bij een nalatenschap zijn er drie mogelijkheden: aanvaarden, verwerpen en aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving.

Het aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving, wat een verklaring is op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg, is interessant voor de erfgenaam indien hij niet zeker is dat de cujus voldoende activa heeft om te voldoen aan de verplichtingen van de passiva. De schuldeisers kunnen geen beroep doen op de activa van de erfgenaam.

Daarmee is de kous voor de erfgenaam nog niet af. De fiscus kan nog op de proppen komen. Op basis van een bankonderzoek kan de fiscus een wettelijk vermoeden hebben dat de cujus nog belangrijke gelden heeft uitgegeven binnen de drie jaar voor zijn overlijden, zonder dat de begunstigde kan achterhaald worden. Dit fictief actief wordt aan de nalatenschap toegevoegd. De erfgenaam zal dan toch successierechten moeten betalen. Tenzij hij voldoende tegenargumenten kan inbrengen, zoals de gelden werden gebruikt om een dure wagen te kopen, reeds vermeld in het actief; of concrete bewijzen dat een andere persoon de schenking heeft gekregen, enz…

Is een PATRIMONIUMVENNOOTSCHAP interessant voor u?

Naast de werkvennootschap richt men gescheiden een patrimoniumvennootschap op. Het gaat hier om twee gescheiden vennootschappen.

Rekening houdende met de lager vermelde kosten moet het patrimonium minstens 700.000 euro omvatten om in feite uit de kosten te geraken. De initiatiefnemers moeten zich vooraf duidelijk de vraag stellen wat de exacte reden is van de oprichting van een patrimoniumvennootschap.

1. Mogelijke redenen van oprichting
- bescherming van het onroerend goed of onroerende goederen bij eventueel faillissement van de werkvennootschap, of het moeten betalen van een aanzienlijke schadevergoeding, enz. Opgelet: een patrimoniumvennootschap kan NIET worden opgericht om zich te ontdoen van bestaande schuldeisers;
- lagere waarde van de aandelen van de werkvennootschap bij verkoop en dus betaalbaar voor meerdere kandidaat-overnemers;
- een zekere anonimiteit;
- successierechten in Vlaanderen zijn progressief, waardoor verrichtingen via aandelen interessanter zijn voor prijzig onroerend goed;
- middel om belastingen uit te stellen;
- middel om belastingen te besparen bij overdracht van onroerend goed naar een volgende generatie;
- samenhouden van het onroerend goed van de familie, zeg maar van het familiefortuin;
- geen openbare verkoop eisen van het onroerend goed bij onverdeeldheid, de activa van de vennootschap zijn niet vatbaar voor beslag wel de aandelen en kunnen onder de kinderen worden verdeeld;
- interessant instrument voor de ouders om de aandelen te verdelen onder hun kinderen, controlerecht blijven uitoefenen en nog inkomsten kunnen bekomen;
- van een vennootschap kan men een werk- en een patrimoniumvennootschap maken.

2. Inkomsten, uitgaven en kosten
- verhuurinkomsten;
- herstellingswerken;
- onderhoudskosten;
- afschrijvingen van het gebouw aan 3% jaarlijks, dus beperkt in de tijd;
- krediet en terugbetalingen verhoogd met interesten (volledig aftrekbaar);
- renovatiewerken;
- beheerskosten en boekhouding met neerlegging van de jaarrekening;
- notariskosten;
- oprichtingskosten;
- inschrijvingskosten KBO;
- premies sociaal verzekeringsfonds;
- allerlei voordelen voor het “personeel”, al dan niet voordeel in natura, (hospitalisatieverzekering, pensioenverzekering, enz.).

3. Enkele fiscale aspecten
- schenking aandelen kan vrijgesteld bij successie en schenking (handgift: schenker mag binnen de 3 jaar niet overlijden, interessant voor grote vermogens);
- wanneer een onroerend goed verkocht wordt zal het verschil tussen de boekwaarde en de verkoopprijs onderworpen worden aan de vennootschapsbelasting; tip: verkoop desnoods alle aandelen als het natuurlijk kan;
- het onroerend goed wordt bij de vennootschap belast op basis van de huurwaarde en niet op basis van het KI.; het verschil wordt kleiner als het gebouw of gebouwen worden gebruikt voor beroepsdoeleinden, vandaar dat men zegt dat een patrimoniumvennootschap gebouwen moet bevatten die minstens deels voor beroepsdoeleinden wordt gebruikt;
- uitstel betaling belastingen door oprichting van een patrimoniumvennootschap;
- interesten van de kredieten van de onroerende goederen kunnen als kosten worden ingebracht;
- gebouwen kunnen à rato van 3% worden afgeschreven;
- onderhouds- en herstellingskosten zijn aftrekbaar als kosten;
- in het kader van een ruling kunnen de ouders hun onderneming laten verderzetten door een van de kinderen en de anderen krijgen aandelen.

4. Ideale rechtsvorm
Momenteel worden de patrimoniumvennootschappen dikwijls opgericht in de vorm van een BVBA, of een CVA, waardoor de ouders- schenkers meer controlerecht kunnen blijven uitoefenen in de vennootschap. Steeds minder in de vorm van een NV.

Banken moeten geld leveren, geen kaasdividend.

Via een marketingstunt is een Nederlandse bank erin geslaagd de pers te halen, dat was hun bedoeling. Het voorstel dat slechts een ideetje was, een stuk minder. Althans dat denken wij ervan.

Ze zouden een duurzaam fonds oprichten waarbij de belegger geen dividend in geld zou krijgen, maar in de vorm van kaas: vier kilo per jaar op een belegging ter waarde van duizend euro, wordt gezegd (al lachend).

Banken moeten het geld van hun klanten goed beheren en hen een opbrengst geven in geld. De fiscus heeft dan ook een objectieve maatstaf om te taxeren. Dat duurzame beleggers hun dividend mogen innen, omgezet in duurzame goederen, bij bijvoorbeeld Oxfam, aan interessante voorwaarden moet kunnen. Aan bankloketten kaasdividend innen, en wat nog allemaal, moet verboden zijn. Banken moeten bij hun leest blijven zeker na hun prestaties afgelopen jaren.

Federale regering: 7 miljard besparen en langer werken.

Het Planbureau verlaagde de groeiprognose van onze economie van 2,2 tot 1,6%, sommige grootbanken denken zelfs aan 1,45% groei.

Er zal dus nog minstens 7 miljard euro moeten bespaard worden om de doelstellingen van 2012 te halen. Meer info vindt u in De Tijd.

Een van de besparingsmaatregelen zal zijn dat we langer zullen moeten werken om recht te krijgen om een volledig pensioen, die in België al een van de laagste zijn van de EU is.

Het is begrijpelijk dat in dat kader er steeds meer kritiek gaat komen op migranten die hun familie (al dan niet bewezen) laten overkomen die onmiddellijk recht hebben op allerlei uitkeringen.

Onroerende inkomsten of loon?

Indien u en uw echtgenote eigenaar zijn van een gebouw, dan kan het interessant zijn dit gebouw of een deel ervan te verhuren aan de vennootschap waar u bedrijfsleider/zaakvoerder bent. Indien uw echtgenote geen bedrijfsleider is in de vennootschap kan dat fiscaal nog interessanter zijn.

Indien u te veel huur vraagt aan de vennootschap zal de fiscus echter een deel ervan kwalificeren als loon, waar niet alleen belastingen maar ook sociale belasten moeten worden op betaald. Onroerende inkomsten zijn interessanter gezien u ook nog een kostenaftrek van 40% in rekening kan brengen.

Een voorbeeld om te verduidelijken. U en uw echtgenote (beiden eigenaar voor 50%) verhuren een gebouw aan de vennootschap voor 900 euro per maand of 10.800 euro op jaarbasis. Dus 5.400 euro voor beiden elk.

Van de fiscus mag u het volgende vragen als huurprijs:
5/3 x 3,97 (revalorisatie inkomsten 2011) x 1.250 (KI) = 8.270,83 euro

Indien u alleen eigenaar en bedrijfsleider van de vennootschap was dan zou 10.800 – 8270,83 = 2.529,17 euro belast worden als loon, en u dient ook nog sociale lasten hierop te betalen.

Gezien u beiden voor de helft eigenaar bent van het gebouw:
De herkwalificatielimiet bedraagt dan 4135,42 euro. In dat geval bedraagt het deel dat als loon belast wordt (plus sociale lasten) slechts: 5.400 – 4.135,42 = 1.264,58 euro.

Voor uw echtgenote, die geen zaakvoerder is, geldt de herkwalifatie niet. Haar deel 5.400 blijft belast als onroerende inkomsten.

“Geen begrotingstekort” beter in de grondwet.

Didier Reynders, minister van financiën: “Une « règle d’or » budgétaire telle qu’elle a été lancée par l’Allemagne en 2009 n’est pas nécessaire en Belgique.

Ce principe vise à intégrer dans la constitution d’un pays l’interdiction, ou la forte limitation, de tout déficit public. Mise en avant dans le contexte de difficulté des dettes souveraines et de fragilité de l’euro, l’idée d’une « règle d’or » pour l’ensemble des Etats européens a été soutenue par la Chancelière allemande et le Président français lors de leur sommet au mois d’août dernier.”

In tegenstelling tot Didier Reynders vinden we dat het toch beter is dat deze regel in de grondwet wordt ingeschreven. Het is een positief signaal naar de financiële markten toe. En zeg nu zelf hoeveel zaken met betrekking tot de 6 faciliteitengemeenten rond Brussel, heeft hij en wenst hij nog in te schrijven in de grondwet, zaken waar de financiële markten geen gehoor naar hebben.

BBI kreeg namen van Belgen met rekening in Zwitserland.

De rekeninghouders, voornamelijk van Joodse en Indische afkomst werkzaam in de Antwerpse diamantsector, staan op een lijst die eind 2009 werd gestolen door een ex-werknemer van het Zwitserse filiaal van HSBC-bank en bij de Franse fiscus terechtkwam. Die speelde de informatie door aan hun Belgische collega’s van de Bijzondere Belastinginspectie.

De vraag is of de Belgische fiscus mag gebruik maken van een gestolen lijst. In Duitsland mag de fiscus hiervan gebruik maken volgens het Grondwettelijk Hof.

Er doen allerlei geruchten de ronde dat er nog honderden andere in BelgIë verblijvende personen op de lijst, die de BBI in haar bezit heeft, staan waaronder een aantal Fransen. Het gaat hier om geruchten en niet om een officiële mededeling.

Hebt u een rekening in het buitenland dan moet deze in uw belastingaangifte worden vermeld.

Besparingen – belastingen plan Di Rupo.

Afgelopen dagen stonden de media vol over details van de graaicultuur bij sommige politici en sommige migranten. Onderwerpen die vroeger taboe waren moeten bespreekbaar worden zeker in het plan Di Rupo; zeker in het Vlaams parlement, want wat we zelf doen, doen we beter. Belastingen moeten voor betere doeleinden worden gebruikt, zeker als iedereen opnieuw moet inleveren.

Huidige plan Di Rupo:
Nota formateur Di Rupo

Onroerend goed lening afsluiten in Frankrijk

Steeds meer buitenlanders sluiten een lening voor de aankoop van een woning (of de bouw van een woning) af in Frankrijk. Wanneer je een woning koopt kan je een kredietdossier indienen bij een plaatselijke financiële instelling.

Interessant is het type “hypothèque réchargeable” een systeem dat in België veralgemeend is. Het voordeel ligt hem in het achterwege blijven van kosten bij wederopname van reeds afgeloste bedragen (revolving). Meestal spreekt men in Frankrijk van “prêt immobilier” (crédit immobilier) zonder hypotheek, een dure hypothecaire inschrijving komt hierbij dan niet kijken (te wijten aan de fiscale verschillen met België). Aan de kredietnemers zal ook een overlijdensverzekering voorgelegd worden zoals bij ons de schuldsaldoverzekering.

Ook in Frankrijk wordt veel belang gehecht aan het schattingsverslag en de waarde in gedwongen verkoop van de woning. De analyse van de terugbetalingscapaciteit, rekening houdende met reeds bestaande kredieten en persoonlijke leningen, is doorslaggevend bij de kredietaanvraag. Zorg ZEKER dat je documenten met maandelijkse inkomsten kan voorleggen, zelfs al zijn het werkloosheidsvergoedingen. Soms wordt er aangeraden in de buurt iets te huren (voor 3 maanden) om facturen van verbruik (en woonplaats) te kunnen voorleggen. Veel belang wordt ook gehecht aan de eigen inbreng. De bankier wenst uw financieel profiel te kennen. Aan buitenlanders wordt gemakkelijk 1/3 eigen inbreng gevraagd. 20% is meestal het minimum. Zorg ervoor dat je het geld via een overschrijving of cheque en dus NIET contant, kan betalen (remember strijd tegen witwas).

Interessante websites:

Tarieven: http://www.meilleurtaux.com/

Bankkosten: http://votreargent.lexpress.fr/services/palmares_banques/

Europese minister van financiën.

De meeste landen van de eurozone vinden het voor een Europese minister van financiën nog te vroeg. Toch is een beter gecoördineerd financieel beleid met meer toezicht noodzakelijk.

Op een volgende top is het niet uitgesloten dat men een verdere stap zet in de richting van euro-obligaties, een grotere overdracht van soevereiniteit naar Europa toe op economisch en financieel vlak en een Europese minister van financiën.

De euro moet beter verdedigd worden als eenheidsmunt. Dat sluit niet uit dat sommige politici zoals Sarkozy liever de munt ook wat zwakker zien, wat interessanter is voor de export, en aldus ook voor de werkgelegenheid.

Interessante tijdschriften.

Soms krijgen we de vraag of we geen titel kunnen geven van een interessant tijdschrift. Er zijn er zoveel met fiscale, juridische en financiële onderwerpen.

Enkele voorbeelden:

- Fiscoloog
- Fiscoloog Internationaal
- Fiscale Actualiteit
- Internationale Fiscale Actualiteit
- Tijdschrift Financieel Recht
- Tijdschrift voor Fiscaal Recht
- Algemeen Fiscaal Tijdschrift
- Accounting & Tax
- Tax Audit & Accounting
- Fiscale Jurisprudentie
- De Fiscale Koerier
- Bank- en Financieel Recht
- TVV Verkoop vastgoed
- Budget & Recht

Daarnaast zijn er nog heel wat goede tijdschriften, ook in vele andere talen.

HONGARIJE: gezondheidsbelasting, ook in België?

Hongarije vermindert de belastingen voor vennootschappen naar 10%, als compensatie moeten er ook inkomsten tegenover staan. Op heel wat producten die minder goed of slecht zijn voor de gezondheid wordt een extra belasting geheven.

Het gaat om voeding en dranken met een hoog suiker-, zout-, koolhydraten-, of cafeïnegehalte.

Men zou nog een stap verder kunnen gaan en een extra taks heffen op voeding en dranken met veel kleurstoffen en bewaarmiddelen.

Meestal zijn deze producten terug te vinden bij de goedkopere discounts. Het duurder maken kan de aankoop van verse en gezondere producten bevorderen.

Hoe gaan de belastingen in België evolueren? Waar zal men de inkomsten zoeken?

Waar worden de pensioenen belast?

1. Overheidspensioenen
Overheidspensioenen worden altijd in België (de bron) belast.

Hiervan kan via de nationaliteitsclausule in verdragen worden afgeweken. De gepensioneerde ambtenaar die niet de Belgische nationaliteit heeft, maar deze van zijn woonstaat, kan dan belast worden in zijn woonstaat.

2. Andere pensioenen
Gepensioneerden worden op hun pensioen belast in hun woonstaat, en dat kan dus in het buitenland zijn.

Wat het aanvullend pensioen betreft ziet de Belgische fiscus niet graag dat deze in het buitenland onbelast zou zijn en zoekt ze alle mogelijke middelen om deze toch te belasten. Daarom raden we gepensioneerden aan reeds een tijdje in het buitenland te wonen (fiscale domicilie) bij de ontvangst van het aanvullend pensioen en er zeker nog enkele jaren te wonen. Zo heeft de Belgische fiscus het moeilijker om u te belasten.

Voorheen was het aanvullend pensioen in Frankrijk onbelast, doch sinds dit jaar wordt het als beroepsinkomsten belast (vergeet de splitsing niet aan te vragen) en in België wordt het afzonderlijk belast aan 16,5% plus gemeentebelastingen. Vergeet dus niet de berekening te maken voor uw specifiek geval voor té snel te vertrekken.

Op de toepassing van het OESO-modelverdrag kunnen er natuurlijk op bepaalde artikelen afwijkingen worden gemaakt. Op basis van een protocol tussen België en het VK van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, toegevoegd aan het dubbelbelastingverdrag, zullen de Belgische uitgekeerde pensioenen waarschijnlijk vanaf 1 januari 2012 belast worden in de bronstaat (België). Het gaat hier om een verlegging van de fiscale heffing van de woonstaat naar de bronstaat (art. 18).

IERLAND heeft niet de laagste vennootschapsbelasting!

Ierland staat bekend om de zeer lage vennootschapsbelasting. Sommige eurolanden wilden deze verhogen als compensatie voor de financiële steun die het land krijgt naar aanleiding van de financiële problemen waarmee het land zit opgescheept. De vennootschapsbelasting blijft 12,5%! Frankrijk en Duitsland hebben aangekondigd te streven naar eenvormigheid tussen beide landen wat de vennootschapsbelasting betreft. In deze landen liggen de tarieven aanzienlijk hoger.

Vanaf 1 januari 2013 wordt de vennootschapsbelasting in Hongarije veralgemeend op 10%, waar dit tarief nu alleen geldt voor de eerste belastbare schijf van 500 mio HUF. Dan zal de Hongaarse vennootschapsbelasting op hetzelfde lage tarief als Bulgarije komen, ook 10%.

Of EU-landen nog lager zullen gaan is twijfelachtig want sommige EU landen houden er een lijst met landen met zeer zachte fiscaliteit bij, dit zijn voornamelijk landen waar de vennootschapsbelasting lager dan 10% is.

Beurstaks

De beurstaks op de verschillende soorten beursverrichtingen vind je op de volgende fiche van Binckbank:

beurstaks

Tijdens de huidige onderhandelingen om een nieuwe regering te vormen is er sprake van om de beurstaksen te verhogen. Sommigen spreken van de beurstaks te verhogen tot 0,50%. Momenteel is er nog niets terzake beslist.

Dubbelbelastingverdrag, tantièmes kunnen belast in land van de vennootschap.

Tantièmes zijn geen loonvergoedingen maar veranderlijke winstuitkeringen beslist door de aandeelhouders op de Algemene Vergadering.

Is de vennootschap waar men in de raad van bestuur zit in het buitenland gevestigd dan kunnen deze tantièmes in het buitenland belast worden, indien dit zo bepaald wordt in het dubbelbelastingverdrag tussen dat land en het land waar de bestuurder fiscaal inwoner is.

Voor de ontvanger zijn de tantièmes ontvangsten in het jaar van ontvangst. Voor de vennootschap zijn het kosten voor het boekjaar waarop de kosten betrekking hebben.

Onroerende inkomsten van Nederlandse boer worden in België belast als bedrijfsinkomsten.

Wanneer we het OESO-modelverdrag als basis voor dubbelbelastingverdragen, en het dubbelbelastingverdrag tussen België en Nederland, om dubbele belasting te vermijden, bekijken zien we dat een Nederlandse boer die in België een stuk landbouwgrond bezit en er graan op verbouwt, onroerende inkomsten heeft, die belast worden in de bronstaat België en niet in de woonstaat van de Nederlander.

Het is dan vervolgens aan België om deze inkomsten te kwalificeren volgens hun intern recht. Deze onroerende inkomsten worden volgens de Belgische fiscale wetgeving belast als bedrijfsinkomsten.

Groen! te groen voor de financiële markten.

Wouter Van Besien, voorzitter van Groen!, doet drie voorstellen om de speculatieve activiteiten van de banken in te perken (bron: De Standaard):
1) scheiden van banken en spaarbanken, zodat spaarbanken geen risico’s meer kunnen nemen; (nvfvn: in praktijk zijn er betere mogelijkheden)
2) verhoging van de taks op de beursverrichtingen tot 0,5%, zodat de speculanten het voelen; (nvfvn: de speculanten gaan naar het buitenland als ze willen)
3) vennootschappen die hun winsten halen uit kopen en verkopen van aandelen zwaarder belasten. (nvfvn: men gaat toch de beleggingvennootschappen zoals de beveks niet aanpakken???)

Denkt men bij Groen! nu werkelijk dat men hiermee de problemen op de financiële markten zal oplossen? Neen natuurlijk.

1) de problemen van de financiële markten moet men op internationaal vlak aanpakken, zelfs al heeft de Europese Commissie goede bedoelingen, toch kan Europa alleen het niet aan;
2) de rating agencies moeten internationaal worden aangepakt; adviseur bij effectisering en een rating geven kan bijvoorbeeld niet, echte functiescheiding;
3) hefboomfondsen moeten wereldwijd sterk worden gereglementeerd en hun risico’s sterk beperkt, alleen op Europees niveau is niet voldoende;
4) shorten dat mede oorzaak is van de sterke volatiliteit moet wereldwijd op de beurs en over the counter worden beperkt en liefst afgeschaft;
5) er moet een internationaal controle agentschap komen, die over voldoende middelen en macht moet beschikken om de financiële markten te reglementeren, te controleren, sancties uit te spreken en te doen uitvoeren;
6) misschien dat er minstens op Europees vlak een licentielabel moet komen met een letter dat het risico weergeeft van de beleggingen die de bank mag nemen, zodoende weet de spaarder ook tot welke banken hij zich moet richten wil hij meer zekerheid hebben zijn spaargeld terug te zien, en natuurlijk met de nodige interne en externe audit;
7) eenvormige internationale fiscaliteit op shorten, hefboomfondsen, financiële instrumenten met een zeer hoog risico, enz.

Chambres d’hôtes (gastenkamers) opstarten in de Provence (FRANKRIJK).

Sommigen dromen ervan een oude woning in de Provence te kopen en deze te restaureren, om ze vervolgens uit te baten als chambres d’hôtes.

1. Business plan

Het eerste waarmee mogelijke uitbaters moet starten is het ondernemingsplan opstellen, met als antwoord op de vraag of het project wel rendabel zal zijn.

Onbegrijpelijk dat sommigen op de top van een berg, natuurlijk uniek gelegen, een chambres d’hôtes opstarten. Geen bereidbare wegen tenzij met een jeep, ideaal als klooster om te bezinnen, maar niet voor klanten die op vakantie komen om te ontspannen en een brede waaier van activiteiten willen beleven. En dan verschieten dat de zaak niet echt rendabel is. Eerst onderzoeken of er voldoende klanten kunnen komen. Hou er ook rekening mee dat er klanten zullen zijn die objecten meenemen of beschadigen, hun reservatie laattijdig afbellen, enz.

2. Sociale vaardigheden

Wie een chambres d’hôtes openhoudt moet een ander profiel hebben dan het profiel van een boekhouder. Commercieel zijn ingesteld. Met alle soorten mensen kunnen omgaan, kunnen relativeren, stressbestendig zijn, enz. Velen voelen zich geroepen maar weinigen zijn echt uitverkoren.

3. Kunnen van leven

Uitbaten van chambres d’hôtes kan je een extra inkomen en sociale contacten geven, maar maak jezelf niet wijs dat je er echt kan van leven. Hou ook rekening met alle mogelijke tegenslagen. Zelfs al is de kans klein, bepaalde zaken kunnen zich toch voordoen. Vergeet niet dat er al zeer veel chambres d’hôtes zijn, uitgebaat door buitenlanders in de Provence. Van half juni tot half september, en tijdens de schoolvakanties kan je verhuren, en quid de andere maanden? Hou zeker rekening met een realistische bezettingsgraad in je ondernemingsplan.

De Fransen geven steeds meer openlijk kritiek op de uitbating van chambres d’hôtes door buitenlanders. Deze laatsten doen dikwijls beroep op goedkope buitenlandse arbeidskrachten en de hotels vinden het oneerlijke concurrentie gezien zij zwaarder worden belast en onderworpen zijn aan een zwaardere administratie. En ook niet alle locals staan hier positief tegenover, met de vele buitenlandse toeristen die daar rondlopen.

4. Wetgeving uitbating

De wetgeving met betrekking tot de uitbating van chambre d’hôtes is afgelopen jaren uitgebreid en verstrengd. Eerst de wetgeving op nationaal en lokaal vlak grondig doornemen voor men aan de slag gaat. In de Provence is het aantal kamers dat men als chambres d’hôtes mag verhuren beperkt tot 6, en/of mag men maximum 15 personen herbergen. Indien je meer kamers wenst uit te baten, gezien de rendabiliteit, val je onder de wetgeving van de hotels. Velen vergeten dat tot er een inspecteur op bezoek komt.

We raden je aan je te beperken tot het geven van ontbijt aan je gasten en geen maaltijden aan te bieden. Neem geen taken van de hotels over door enkele menu’s aan te bieden, want dan moet je ingeschreven zijn in het plaatselijke handelsregister, tenzij dit een bewuste keuze is.

Op het gemeentehuis krijgt men meer informatie over de toeristentaks dat men soms aan de klanten moet aanrekenen, informatie over het bekomen van de uitbatingsvergunning van chambre d’hôtes en de licentie die men nodig heeft in functie van de dranken die men aan de klanten dan mag aanbieden.

Wanneer men daadwerkelijk start met chambres d’hôtes moeten de uitbaters-eigenaars dit voorafgaand schriftelijk laten weten aan de burgemeester van de gemeente.

Om extra klanten te werven kan men zich aansluiten bij allerlei verenigingen, die dan voor je uitbating reclame maken o. a. op hun website. Maar vergeet niet voorafgaand het reglement van de vereniging te lezen, want niet elke uitbater kan met de inhoud van dat reglement akkoord gaan. Sluit niet nutteloos aan.

Dat is dezelfde werkwijze als subsidies bekomen op nationaal en regionaal vlak om een chambre d’hôtes op te richten, dan is men automatisch ook onderworpen aan allerlei verplichtingen. Eerst goed lezen en dan beslissen een subsidie aanvraag in te dienen.

De eigenaars van de chambres d’hôtes staan ook in voor de brandveiligheid, die optimaal moet zijn. Op de binnenzijde van de kamerdeur moet er een plan bevestigd zijn zodat klanten weten wat te doen ingeval van brand om veilig het gebouw te verlaten.

Een fiche met de prijs van de overnachting, het ontbijt en eventueel andere diensten (opgelet!!!) moet zowel binnen als van buiten zichtbaar zijn.

Bij de betaling in contanten moet elke klant een ontvangstbewijs krijgen en eventueel een btw-briefje, indien men onder de desbetreffende wetgeving valt.

Van elke buitenlander moet de uitbater-eigenaar een overnachtingfiche invullen en overmaken aan de plaatselijke politie. Soms wordt dat wel eens vergeten.

En….. zoals altijd komen er inspecteurs op bezoek om te controleren of de wetgeving wordt nageleefd en of de hygiëne in het gebouw optimaal is.

5. Fiscaliteit

A) Belastingen

Indien je minder dan 760 euro jaarlijkse omzet hebt, wordt men hierop niet belast.

Daarnaast moeten we 3 systemen onderscheiden:

1) Micro BIC
2) Vereenvoudigd systeem (Régime du réel simplifié)
3) Normaal systeem (Régime du réel normal)

1) MICRO BIC

De jaarlijks inkomsten moeten lager dan 76.300 euro liggen. Het moet gaan om een individueel bedrijf. Men kan voor een ander systeem opteren want het nadeel is dat men de investeringen fiscaal niet in mindering kan brengen d.m.v. afschrijvingen. Bij weinig investeringen kan dat regime interessant zijn, anders moet men voor de andere regimes kiezen.

Voordelen van dit systeem zijn: een minimale boekhouding voeren (inkomsten bijhouden), vermindering van 71% op de omzet als kost beschouwd.

Dat zal ook het regime zijn dat door de meeste eigenaars zal gebruikt worden.

2) REGIME REEL SIMPLIFIE

De jaarlijkse inkomsten moeten tussen de 76.300 euro en 763.000 euro liggen. We wijzen erop dat het hier gaat om de omzetbedragen zonder btw. Ook hier kan men kiezen voor het normaal systeem. Voordelen zijn dat men alle kosten in mindering kan brengen.

3) REGIME REEL NORMAL

De jaarlijkse omzet is hoger dan 763.000 euro, zonder btw. Men kan alle kosten zoals afschrijvingen en interesten aftrekken.

Indien men een omzet heeft van 153.000 euro zonder btw moet men een balans opstellen.

B) BTW

De eigenaars zijn onderworpen aan het aanrekenen van btw indien zij 3 van de volgende 4 diensten aanbieden aan hun gasten:
- aanbieden van een ontbijt;
- het huis biedt ook handdoeken en linnen aan;
- tijdens het verblijf wordt ook de kamer gekuist;
- een ontvangst is voorzien voor de gasten, al dan niet gepersonaliseerd; dit moet gebeuren door de eigenaresuitbaters en hou het sober;

C) Andere belastingen

De eigenaars zijn onderworpen aan een woonbelasting (taxe d’habitation) en een onroerende belasting (taxe foncière). Deze belastingen worden berekend op basis van de kadastrale evaluatie.

Opvallend is dat in de woonbelasting ook de belasting zit voor het ophalen van het huisvuil. Deze belasting wordt berekend op basis van de situatie op 1 januari van het aanslagjaar.

De onroerende belasting wordt berekend op basis van de helft van de verhuurwaarde, door dit bedrag met een percentage te vermenigvuldigen, dat verschilt naargelang de betrokken gemeente waar het gebouw ligt waar de chambres d’hôtes worden uitgebaat.

6. Tips voor de eigenaars van chambres d’hôtes op kleinschalige basis

Enkele tips om fiscaal sterker in je schoenen te staan en het de inspecteurs moeilijker te maken:
- vervang niet (dagelijks) de lakens van je gasten;
- laat uw gasten dezelfde ingang gebruiken als de eigenaars;
- zorg er ook voor dat er gemeenschappelijke ruimten zijn die ook door je gasten mogen gebruikt worden;
- de gastenkamers moeten in hetzelfde gebouw liggen als de privékamers van de eigenaars;
- indien er toch eten wordt opgediend: geen menukeuze, en de gasten eten net als de eigenaars aan dezelfde gemeenschappelijke tafel;
- schakel geen kuisvrouw in om de kamers van de gasten op te kuisen;
- vermijd zaken zoals de klanten tegen betaling afhalen aan het station of de luchthaven;
- vermijd het verhuren van lakens, kussenslopen en (bad)handdoeken, leidt tot extra administratie en kosten;
- vermijd tegen betaling excursies te organiseren, drank, kranten, voeding, en souvenirs te verkopen.

In deze laatste gevallen kan je verplicht worden je in te schrijven bij de Chambre de Commerce en verplicht worden btw aan te rekenen aan je klanten en deze door te storten.

Hogere belastingen in CYPRUS.

Ook in Cyprus, zeg maar het Griekse deel, worden de hogere inkomens zwaarder belast. Na de VS en Frankrijk denkt men in België en Hongarije eraan om de rijksten hoger te belasten.

In Cyprus moeten de ambtenaren en de hoogste inkomens inleveren: “…..lawmakers approved by majority vote legislation that will cut civil servants pay by 3 percent and impose other wage-deducting measures, increase income tax for high earners and change the taxation system on real estate.” (meer info vind je bij Reuters)

Koopjes op de FRANSE vastgoedmarkt?

De Franse regering zou plannen hebben om de meerwaarden gerealiseerd bij de verkoop van vastgoed strenger te berekenen om meer inkomsten te genereren. Daardoor zouden sommige eigenaars kunnen verleid worden om nog snel hun vastgoed te verkopen zodat ze nog onder de huidige regeling vallen.

Uitkijken of er nog een waardedaling komt!

Zelfstandige zonder boekhouding en zonder btw.

Sinds 2,5 jaar kent men in ons buurland Frankrijk het statuut van “auto-entrepreneur”. Zeg maar voor iemand die zich als zelfstandige wil vestigen en de eerste jaren niet veel investeringen zal doen, niet veel kosten gaat maken en niet veel omzet zal draaien. Tevens wil hij zich zo weinig mogelijk met de administratie bezighouden: geen boekhouding en geen btw-aangifte. Of voor iemand die twijfelt of de zaak wel succes zal kennen. Draait de zaak goed dan kan de ondernemer een vennootschap oprichten.

Meer informatie en de in te vullen documenten om te starten kan u vinden op:
auto-entrepreneur
en op:
auto-entrepreneur officiel

We pikken er enkele elementen uit om een idee te hebben, en verwijzen naar de Franse wetgeving op de websites.

Het statuut is alleen mogelijk voor ondernemers met een maximum omzet van:
- 81.500 euro bij transacties van handelsgoederen; kopen-verkopen;
- 32.600 euro voor het leveren van diensten.

We wijzen erop dat deze bedragen zonder BTW zijn, zelfs al is de auto-entrepreneur niet BTW-plichtig en aldus is de btw voor hem een kost. De maximumperiode dat men dit statuut kan aanhouden bedraagt 36 maanden.

Origineel is men zeker in Frankrijk. De fiscale en parafiscale lasten worden berekend op het omzetcijfer, om alles zo eenvoudig mogelijk te houden. Een zelfstandige met weinig omzet betaalt dan bijna niets aan fiscale en parafiscale lasten. In België zou hij het lastig kunnen krijgen met de sociale lasten.

* De belastingtarieven
De belastingen worden NIET berekend op de belastbare netto-inkomsten maar op de omzet.
- 1%: handelsgoederen, eten geven dat ter plaatse wordt opgegeten, verstrekken van logies
- 1,7%: verstrekken van diensten als hoofdactiviteit
- 2,2%: leveren van diensten.

* Tarieven sociale lasten
De sociale lasten, die ook de dekking bij ziekte bevatten, worden berekend op de ontvangsten, kan maandelijks of trimestrieel worden berekend. In Frankrijk is men niet verplicht om zich bij een mutualiteit aan te sluiten.

- 12%: bij verkopen van handelsgoederen
- 18,3%: diensten van vrije beroepen (cf. CIPAV)
- 21,3%: verstrekken van diensten

* Administratie
- geen kostenfarde;
- geen btw-farde, geen btw-aangifte gezien vrijstelling, rekent geen btw aan en kan geen btw aftrekken;
- geen boekhouding;
- wel farde met aankopen;
- wel met farde verkopen/ontvangsten

Het feit dat de auto-entrepreneur geen btw aanrekent aan zijn particuliere klanten dit een commercieel voordeel kan zijn. Wordt de omzet te groot, dan moet hij een vennootschap oprichten. Nadeel is wel dat de ondernemer die bij de aanvang veel investeringen doet en veel kosten maakt de btw niet kan recupereren.

Extra 3% taks voor de rijkste FRANSEN.

Volgens Express: “Le gouvernement s’apprête par ailleurs a créer une “taxe exceptionnelle” de 3% sur les revenus du travail et du capital des ménages les plus aisés, quand ils dépassent 500.000 euros par an, plus lourde que ce qui était généralement envisagé jusqu’à présent. Cette mesure prendra fin lorsque le déficit de la France aura été ramené à moins de 3% du PIB.”

Waarschijnlijk worden de Fransen die zich in het Brusselse hebben gevestigd (fiscale woonplaats) niet geviseerd, tenzij ze hun zeer hoge beroepsinkomsten ten persoonlijke titel in Frankrijk behaalden. Details van de plannen zijn nog niet gekend en dus kunnen we er ons nog niet over uitspreken.

De 3% taks komt er nadat 16 superrijke Fransen een oproep hadden gedaan om dergelijke taks in te voeren. De vraag kan gesteld of deze zaak niet in scène werd gezet.

Verschil tussen een MANAGEMENTVENNOOTSCHAP en een schijnzelfstandige.

1. VOOR WIE?

In de praktijk is het zo dat niet voor iedereen een managementvennootschap interessant is. Men dient rekening te houden met de kosten van een vennootschap en het verlies aan aftrekken in de personenbelasting. Noteer hierbij dat het absoluut essentieel is dat de manager zelfstandig kan werken in de werkvennootschap. De vergoeding vant in de managementvennootschap en wordt niet aan een privépersoon betaalt en belast.

Globaal gezien is het wenselijk MEER dan 50.000 euro bruto inkomsten te genieten in de managementvennootschap, wat nog kan verhoogd worden bij kinderen/personen ten laste, pensioensparen, allerlei aftrekken zoals de leninglast en onderhoudsgeld. Men mag ook niet vergeten dat aan het oprichten en het hebben van een vennootschap kosten zijn verbonden, zoals de oprichtingskosten, en de recurrente kosten zoals het voeren van de boekhouding, de eventuele btw-aangifte, de publicatieverplichtingen, de organisatorische eisen zoals het houden van een algemene vergadering, enz.

En de inkomsten in de managementvennootschap mogen niet gebruikt worden voor private doeleinden.

2. WAT?

Er wordt een (management)vennootschap met rechtspersoonlijkheid opgericht met als doel managementactiviteiten uit te oefenen bij voorkeur in meerdere vennootschappen en hiervoor gaat de managementvennootschap factureren aan de werkvennootschap. De managementvennootschap kan ook een bestuurdersfunctie uitoefenen in een vennootschap.

Men kan een managementvennootschap oprichten door een of meerdere personen. Er zijn twee mogelijke activiteiten. De vennootschap kan een mandaat als bedrijfsleider (manager) opnemen in de werkvennootschap. Ook kan men adviezen geven in het kader van een overeenkomst. Deze gefactureerde inkomsten worden dan belast in de vennootschapsbelasting en niet in de personenbelasting. Het belangrijkste voordeel is dat de tarieven in de vennootschapsbelasting lager liggen dan deze in de personenbelasting.

In principe valt men onder het verlaagd basistarief in de vennootschapsbelasting. Een ander voordeel van de vennootschap is dat inkomensuitschieters kunnen worden gereserveerd aan een interessant tarief. Indien men deze niet in vastrentende activa belegt zijn er ook geen interesten die aan de vennootschapsbelasting worden belast. De managementvennootschap moet geen bedrijfsvoorheffing en geen sociale lasten betalen op haar gefactureerde bedragen.

In een vennootschap kunnen de kosten worden ingebracht en fiscaal gezien is de bewijslast gemakkelijker dan door een zelfstandige. Een zelfstandige moet immers bewijzen welke kosten hij voor zijn beroep heeft gemaakt, geheel of gedeeltelijk. Bij een vennootschap kan de bestuurder bijvoorbeeld een wagen op naam van de vennootschap zetten. Dan ligt de bewijslast bij de fiscus die moet aantonen dat een deel privé wordt gebruikt. In principe kan men in een vennootschap meer kosten aanrekenen dan als zelfstandige.

Een ander voordeel. Bij hoge inkomsten kan men heel wat sociale bijdragen uitsparen. Voor een bedrijfsleider-bediende moeten veel meer RSZ-bijdragen worden betaald dan voor een bedrijfsleider-zelfstandige, waar de bijdragen gelimiteerd zijn, wat een belangrijke besparing inhoudt. De vennootschap betaalt ook geen gemeentebelasting, een natuurlijk persoon wel. Het factuurbedrag betaald aan de managementvennootschap kan tevens deels gebruikt worden om investeringen te doen in de managementvennootschap.

Een managementvennootschap kan dus belangrijke besparingen opleveren zowel op fiscaal als op parafiscaal vlak. Het voordeel ligt echter niet op het vlak van de aansprakelijkheid van de bedrijfsleider (manager).

Wij wijzen er ook op dat de gefactureerde managementdiensten onderworpen zijn aan de btw van 21%. Indien de bedrijfsleider werkt in het kader van zijn mandaat als bestuurder van de werkvennootschap, wordt hij niet als btw-plichtige beschouwd indien de bestuurder een natuurlijk persoon is. Indien de bestuurder een vennootschap is mag men opteren voor het al dan niet btw-plichtige statuut. De keuze is dan wel definitief.

Er zijn ook nadelen verbonden aan het systeem van managementvennootschap, zoals het zwakkere sociaal statuut als zelfstandige ten opzichte van een werknemer met bediende-statuur (een lager pensioen, lager kindergeld voor het oudste kind van een zelfstandige). Op termijn streeft men naar een gelijkschakeling.

3. FACTURATIEBEDRAG AFTREKBARE KOSTEN?

Soms gebeurt het dat er overdreven bedragen wordt gefactureerd door de managementvennootschap aan de werkvennootschap voor de geleverde prestaties, met als doel geld van de ene vennootschap over te dragen aan de andere vennootschap. De vraag is dan of het volledige gefactureerde bedrag aftrekbaar is als kosten in de werkvennootschap.

De fiscus wil zeer gedetailleerd weten voor welke specifieke prestaties het gefactureerde bedrag werd gevraagd, en kan een bedrag als kosten verwerpen in de werkvennootschap, maar deze in de managementvennootschap toch als inkomsten belasten. Dus eerlijkheid bij de facturatie kan een dubbele belasting vermijden.

4. SCHIJNZELFSTANDIGE

De fiscus volgt de zaken op de voet op. Een kaderlid-bediende die voor een bedrijf werkt en nadien zijn diensten aanbiedt aan hetzelfde bedrijf, en uitsluitend aan dat bedrijf factureert , maakt kans om door de fiscus aan de tand te worden gevoeld. Sommigen factureren aan verscheidene vennootschappen binnen de groep.

De fiscus en de arbeidsinspectie bekijken de vorm van ondergeschiktheid binnen de werkvennootschap. Ondergeschiktheid is eerder een eigenschap voor een werknemer en niet voor manager.

Soms wordt de managementvennootschap niet erkend door de arbeidsrechtbank omdat de zelfstandige onvoldoende onafhankelijk kan werken binnen de werkvennootschap en bij een negatieve beslissing moet de werkgever de achterstallige RSZ betalen, ook de werknemersbijdrage. (Indien de schijnzelfstatndige het daarna hard zou spelen zou men ook nog de achterstallige eindejaarspremies en vakantiegeld kunnen eisen, zaken waarop een werknemer recht heeft. Deze vraag kan ook worden gesteld over de opzegvergoeding.)

Min of meer in dezelfde lijn kennen de meesten het juridisch dossier tussen de fiscus en Club Brugge én de managementvennootschap van de toenmalige trainer G. Leekens.

Frans Van Nyverseel
Consultant
Speciaal Licentiaat in de Fiscaliteit en het Boekhoudkundig Onderzoek

PAPIEREN obligaties worden waardeloos.

Papieren effecten worden geleidelijk aan waardeloos:
1 januari 2008: bij uitgifte mogen emittenten geen fysieke stukken meer afleveren; wel gedematerialiseerd op een effectenrekening bij een financiële instelling of op naam in het register van de vennootschap; bestaande Belgische papieren effecten mogen nog tijdelijk worden aangehouden; indien u bijvoorbeeld een papieren effect aan een financiële instelling voorlegt om aan de algemene vergadering van de vennootschap deel te nemen dan zal de financiële instelling deze effecten op dat ogenblik reeds dematerialiseren.
1 januari 2014: van rechtswege worden alle Belgische effecten omgezet in gedematerialiseerde effecten op effectenrekening;
1 januari 2015: van rechtswege worden alle Belgische effecten die niet op een effectenrekening staan verkocht, waarbij de opbrengst, verminderd met de kosten, wordt gestort aan de Deposito- en Consignatiekas; in ruil voor de papieren effecten kunnen de eigenaar of de erfgenamen nog het geld van deze kas bekomen;
Vanaf 2 januari 2016: kan men de papieren effecten nog inruilen voor geld bij deze kas maar voor elk begonnen jaar dat men te laat is, wordt een administratieve vermindering van 10% aangerekend;
vanaf 1 januari 2025 zijn deze papieren effecten waardeloos.

Is Tak 26 interessanter dan Tak 21?

Tak21 zijn levensverzekeringen die een gewaarborgd rendement geven en een bescherming van het kapitaal. Meestal krijgt men een vaste rente (gewaarborgd rendement) eventueel verhoogd met een winstdeelname. Soms bestaat de vergoeding alleen uit een eventuele winstdeelname. In principe moet u op de rente een roerende voorheffing van 15% betalen. Op de winstdeelname betaalt men geen roerende voorheffing. Indien men het product meer dan 8 jaar houdt betaalt men ook geen roerende voorheffing op de rente.

Nadeel is dat men intredekosten moet betalen en soms ook uittredekosten die meestal dalen in functie van de duurtijd van de belegging. Daarnaast moet er ook een verzekeringstaks (1,1%) worden betaald. Aarzel niet om het prospectus grondig te bekijken met de voorwaarden. De meeste groepsverzekeringen volgen dit systeem. Het is een product vooral voor beleggers die geen risico wensen te nemen, gezien het product vooral belegt in kasbons en obligaties.

Bij een Tak26 product is de verzekeringstaks van 1,1% NIET verschuldigd want het is een kapitalisatiecontract en geen echte levensverzekering, maar men moet bij elke opname 15% roerende voorheffing betalen op de rente. Indien de intekenaar een vennootschap is kan dit verrekend worden met de vennootschapsbelasting. Dus een interessant beleggingsproduct voor een vennootschap.

Dit product heeft meestal een looptijd dat lager dan 8 jaar ligt. In principe (onderhandelbaar) zijn er ook intrede- en uittredekosten te betalen. Gezien men roerende voorheffing moet betalen en geen verzekeringstaks is de korte looptijd interessant voor particulieren.

Nu beleggen in obligatiefondsen?

Wanneer is het interessant om te beleggen in obligaties? Als de rente hoog is. De belegger krijgt een hoge coupon en wanneer de rente daalt kan hij nog rekenen op koerswinst. Momenteel is de rente laag, maar de koersen van obligaties in bepaalde munten kunnen tijdelijk stijgen door de grotere vraag naar beleggingen in deze tijdelijke veilige haven. Bij een echte recessie kan de rente lager. En de landen met een hoge rente en hoog risico qua terugbetaling? Of het nu het ogenblik is om te beleggen in obligaties, sterke twijfels. Er zijn duidelijk risico’s aan verbonden.

Beleggen in obligatiefondsen? Voordeel is ongetwijfeld de spreiding. Nadeel zijn soms de hoge TERkosten. Sommige instellingen durven meer dan 1% vragen voor een eenvoudig obligatiefonds. Belangrijk is de duration te kennen van het fonds. Bij lage rentevoeten hou hem zo laag mogelijk. En vergeet bij fondsen met een Europees paspoort en minstens 40% vastrentende effecten de roerende voorheffing niet bij kapitalisatiefondsen. Echt het is niet het juiste ogenblik.

Bij de huidige lage rentevoeten en de hogere inflatie zou men eigenlijk interessanter kunnen consumeren.

Beleggers verkiezen vandaag obligaties boven aandelen.

De aandelenkoersen blijven dalen en de koersen van de Amerikaanse obligaties stijgen, alles op basis van vraag en aanbod.

De tiensjaarsrente in de VS daalde onder de 2% en bevindt zich in Duitsland iets boven de 2%.

Hypothecaire leningen bieden opportuniteiten aan, in een periode dat het vastgoed het minder goed doet.

Economische euroregering en Tobin-taks in het vooruitzicht.

Tijdens een face to face meeting tussen Merkel en Sarkozy is afgesproken aan de andere lidstaten de volgende voorstellen te doen:
- een kleine taks op financiële verrichtingen; details moeten nog uitgewerkt, waarschijnlijk een soort Tobintaks;
- een economische regering voor de eurozone, geleid door Herman Van Rompuy.

Wat weten Wouter Beke en Elio Di Rupo over shorten?

De financiële aandelen hebben een deel van hun verliezen gerecupereed. Het aandeel Dexia steeg vandaag met 17%. Volgens sommigen omdat het verboden was in dit aandeel te shorten. Het zal een rol gespeeld hebben. Zij die aandelen Dexia verkocht hadden zonder deze in hun bezit te hebben moesten dringend kopen wat een stijgende vraag veroorzaakte. Ook fondsenbeheerders moesten hun gewicht in Dexia handhaven door bij te kopen na de dalende koersen. Maandag zullen ze al volgens hun model een deel moeten verkopen. Er zullen ook mogelijke bodemvissers tussengezeten hebben.

Heel wat is er geschreven door voor- en tegenstanders over shorten. Shorten verhoogt de volatiliteit bij dalende koersen en dat kan niet de bedoeling zijn. Beurzen dienen om aandeelhouders liquiditeit te verschaffen na hun investering in risicodragend kapitaal. Dergelijke beleggers willen minder volatiliteit en bedrijven willen meer risicodragende beleggers aantrekken.

Er zijn een aantal zelfstandigen, kleine bedrijven, hefboomfondsen die zich specialiseren in het shorten. Wat is hun toegevoegde waarde voor bedrijven die risicodragend kapitaal aantrekken? Sommigen maken heel grote meerwaardewinsten.

Men moet een onderscheid maken tussen meerwaardewinsten op shorten en meerwaardewinsten bij de verkoop van aandelen die men in portefeuille heeft gehad en het risico een tijd heeft gedragen. Met aandelen weet men nooit hoeveel jaar men ze moet bijhouden om koerswinst te behalen. Gemiddeld zegt men 5 jaar, maar dat kan al na een jaar of soms is 5 jaar niet voldoende. Het kan ook zwaar tegenvallen dat men zijn kapitaal geheel of gedeeltelijk in rook ziet opgaan. Deze beleggers straffen met een meerwaardebelasting of een verhoging van de roerende voorheffing zal het aantal risicodragende beleggers doen afnemen. Een dalende vraag zal een negatief effect hebben op de koersen. En hoe zullen de minwaarden worden behandeld?

Huurinkomsten: roerende inkomsten en bedrijfsinkomsten.

Een bedrijfsleider kan zijn gebouw verhuren aan zijn vennootschap. Voor deze huurinkomsten wordt hij belast als onroerende inkomsten. Voordelen: door de forfaitaire kostenaftrek van 40% op een lagere belastbare grondslag belast, op deze onroerende inkomsten moeten geen sociale lasten betaald en ook voor de mogelijke interestaftrekken kan dit interessant zijn.

De fiscus heeft wel de mogelijkheid om overdreven huurinkomsten die de bedrijfsleider vraagt aan de vennootschap te herkwalificeren als bedrijfsinkomsten. Datgene dat boven de onderstaande formule uitstijgt:

Kadastraal inkomen van het gebouw x 5/3 x revalorisatiecoëfficiënt (voor aanslagjaar 2012: 3,97).

Dit kan gevolgen hebben voor de bedrijfsleider: betalen van sociale bijdragen op dit bedrag en een eventuele vermeerdering van de belastingen bij onvoldoende voorafbetaling,

Sommigen raden een omzeiling aan door het gebouw te verhuren en onder te verhuren, waardoor het gaat om diverse inkomsten. De fiscus is niet van gisteren en als zij kan aantonen dat deze constructie geen economische en financiële waarde creëert…….

Een andere mogelijkheid is dat de bedrijfsleider een gemeubeld gebouw verhuurt aan zijn vennootschap, waardoor 40% van de huurprijs beschouwd wordt als vergoeding voor het meubilair en hierop betaalt hij na het kostenforfait van 50% 15% roerende voorheffing. Het bedrag dat de fiscus herkwalificeert als beroepsinkomsten zo daardoor lager komen te liggen. Eerst uitrekenen en dan beslissen.

Vastgoed veilige haven?

Vastgoed kan een veilige haven zijn, maar niet altijd.

Remember Ierland. Het vastgoed in Ierland was veel te duur geworden. Door de economische crisis verloren eigenaars met een (zware) hypothecaire lening hun werk en bij een sterk dalende vraag naar vastgoed moest de woning aan een lage prijs worden verkocht.

Grote villa’s vinden geen kopers, remember een BV.
Huizen raken veel moeilijker verkocht omdat de vraag achterwege blijft.

Vastgoed kan interessant zijn als veilige haven, mits een aantal zaken in acht te nemen.

Koop alleen vastgoed dat laag geprijsd staat, zich richten naar koopjes, opportuniteiten. Die kunnen er nu zijn. Loop niet naast uw schoenen en koop in functie van uw (zekere) toekomstige mogelijkheden
Richt u eerder naar kleinere villa’s die na een stijging van de prijzen nog betaalbaar blijven zodat de vraag blijft. Mijdt heel grote villa’s met een zeer beperkte vraag.
Hou ook rekening met de fiscale voordelen die u hebt bij het bezitten van vastgoed, bijvoorbeeld als enige eigen woning.

Tekenen en indiciën

De fiscus ontvangt soms brieven van buren, dikwijls naamloos. Hoe komt het dat de buren zich een dergelijk grote wagen kunnen veroorloven en ze hebben pas gebouwd? Zelfs een grote tweedehandswagen groter dan hun nieuwe wagen kan dergelijke reacties losmaken. Hoe komt het dat de buren zo dikwijls op vakantie kunnen gaan? Dat kan toch niet allemaal op een eerlijke wijze verdiend zijn?

Officieel houdt de belastingadministratie geen rekening met anonieme brieven, zich baserende op de rechtspraak. Als belastingplichtige heeft men steeds het recht zich te verdedigen.

De belastingadministratie controleert of de belastingplichtige al zijn inkomsten heeft aangegeven. In sommige landen gaat men heel ver met de controle. Via lijsten van luchthavens en havens kan men zien wanneer men binnen en buiten het land is gegaan, hoeveel dagen men er verbleven heeft. Aan de grenzen zijn er camera’s die de nummerplaten identificeren. Bedrijfswagen die niet privé mogen gebruikt worden? Staat deze bedrijfswagen in het weekend op de parking van winkelcentra? Wordt de telefoon afgeluisterd? Wat met de faxen, e-mails?

Registratiekantoren geven informatie aan de fiscus, zoals bij contracten waar effecten in pand worden gegeven als waarborg van een krediet. Advertenties in de pers of op internet over uw buitenverblijf in Spanje dat u te huur aanbiedt zijn ook mogelijke bronnen. Sponsoring van sportploegen. Uw mededelingen op Facebook en andere netwerk sites, of commerciële sites zoals eBay en Kapaza. Het is algemeen bekend dat de fiscus over de nodige opzoeksoftware beschikt. Maak in TV soaps geen publiciteit voor uw groot vermogen want de fiscus kijkt mee.

De fiscus mag de belastingplichtige taxeren op basis van tekenen en indiciën. De belastingplichtige moet het tegendeel bewijzen. Levensstijl: grote woning, grote auto, veel luxe, veel restaurantbezoek, exotische reizen, enz. Het is de belastingplichtige die moet aantonen waar het geld vandaan komt om deze luxe te verantwoorden.

De belastingplichtige moet op alle vragen van de fiscus antwoorden. Alle informatie bekomen in deze antwoorden kunnen door de fiscus worden gebruikt. Het moeten vragen zijn over het beroepsgedeelte en inkomsten, niet over uw privéleven.

Bedrijfsfietsen fiscaal interessant voor werknemer en werkgever.

Bedrijfsfietsen voor woon-werkverkeer zijn zowel voor de werknemer als de werknemer fiscaal interessant.

Voor de werknemer:
- wordt niet belast als voordelen in natura;
- kan een fietsvergoeding bekomen à rato van 0,21 euro per km, belastingvrij;
- kan gecumuleerd met een bedrijfswagen.

Voor de werkgever:
- fietsen en kosten voor bouw/verwerven fietsstallingen, kleedkamers, douches e.d. kan men voor 120% (zonder BTW) inbrengen in kosten;
- fietsen worden over 3 jaar afgeschreven.

Pensioenbonus verlengd.

De pensioenbonus werd ingevoerd naar aanleiding van het Generatiepact. De kamer stemde de verlenging tot eind 2013. Het doel is ervoor te zorgen dat oudere werknemers en zelfstandigen enkele jaren langer aan de slag blijven. Per extra gewerkte dag (VTE) na hun 62ste of na een loopbaan van 44 jaar krijgen ze 2,2082 euro (werknemers) of 172,24 euro per kwartaal (zelfstandigen) extra pensioen (index 1 mei 2011).

Meer informatie:

website RVP

website RSVZ

Groepsverzekering wordt gemeenschap bij echtscheiding.

Het aantal echtscheidingen bij 50-plussers, en het aantal groepsverzekeringen neemt toe.

Door een beslissing van het Grondwettelijk Hof wordt de groepsverzekering beschouwd als een gemeenschappelijk goed, voor zij die gehuwd zijn onder het wettelijk huwelijksstelsel. De wetgeving terzake moet wel herschreven worden. Wanneer dat zal gebeuren is een open vraag. Men kan zich wel op dit arrest beroepen, indien men zich in dezelfde situatie bevindt. De waarde van de helft van de groepsverzekering zal door de verzekeringsmaatschappij bepaald worden, rekening houdende met de administratiekosten. Gezien het om een vervroegde terugkoop betreft wordt deze wel fiscaal zwaarder belast, dan als men op de einddatum uitbetaald wordt.

Voor de andere helft wordt de verzekering verdergezet zoals voorheen.

Hervorming VERMOGENSBELASTING in Frankrijk.

De vermogens op het Franse grondgebied kunnen worden onderworpen aan de vermogensbelasting (bijvoorbeeld riante villa’s).

Vanaf 2011 is men tot 1.300.000 euro nettovermogen vrijgesteld. Men spreekt hier van nettovermogen, dus na aftrek van belastingen en schulden.

Tip: soms kan het interessant zijn jaarlijks geen of weinig kapitaal terug te betalen aan de kredietinstelling.

Tussen de 1.300.000 en 3.000.000 euro nettovermogen betaalt men 0,25% en boven de 3.000.000 euro 0,50%.

GEEN belasting voor Belgen op tweede verblijven in Frankrijk

In tegenstelling tot de oorspronkelijke plannen komt er GEEN extra belasting op tweede verblijven in Frankrijk. De reden zou te zoeken zijn in de presidentsverkiezingen waarbij heel wat Fransen die in het buitenland wonen een tweede verblijf in Frankrijk hebben en een doorslaggevende rol kunnen spelen.

Geen meerwaardenbelasting in Frankrijk, indien…..

Indien de woning gold als voornaamste woning en men dit ook kan bewijzen betaalt men bij de verkoop geen meerwaardenbelasting.

Indien men een tweede woning bezit in Frankrijk en men deze verkoopt na 15 jaar hoeft men ook geen meerwaardenbelasting te betalen.

Indien men zijn tweede woning echter binnen de 5 jaar verkoopt betaalt men 19% op de meerwaarde. Van deze meerwaarde mag men alle kosten van verbeteringswerken aftrekken op voorwaarde dat deze kosten zijn betaald aan een erkende aannemer en men ook de nodige facturen kan voorleggen.

Voor elk extra jaar boven deze 5 jaar krijgt men een vermindering van deze belasting van 10%.

VERMOGENSBEHEER: deskundigheid én ervaring – betrouwbaarheid – zeer lage kosten

1. Deskundigeheid én ervaring

Beleggen vergt heel wat deskundigheid en vooral veel ervaring. Enkele crisissen en dalende beurzen hebben meegemaakt, zijn essentieel voor een vermogensbeheerder. Vele jonge vermogensbeheerders, pas afgestudeerd, met een of meerdere diploma’s denken dat ze de markt kunnen voorspellen en kloppen. Soms slaagt men hierin meestal niet. Ook bij een grote bank maakten we mee dat een directeur zei “een Nederlandse professor ontwikkelde een model om de markt te voorspellen”. Soms kan men de markt voorspellen, maar zeker niet altijd, en in dat laatste geval kunnen de verliezen erg hoog oplopen. Men kon de aanslag op de WTC torens niet voorspellen, met nochtans zware gevolgen op de financiële markten. Bij dalende markten moet men stressbestendig zijn, geen paniekverkopen, spreiden en eventueel bijkopen van waardevolle toekomstgerichte beleggingen, afhankelijk van uw beleggingshorizon.

2. Betrouwbaarheid

Op de eerste plaats moet u uw vermogensbeheerder kunnen vertrouwen en kunnen controleren. Maak duidelijke schriftelijke afspraken vooraf. Welke rendementen wordt u voorspeld? Rendementen boven de risicovrije obligaties moeten kritisch worden bekeken. Welke risico’s moeten er worden genomen. “15% gegarandeerd, maar de terugbetaling van het kapitaal is niet gegarahdeerd” Worden er hoge rendementen uitbetaald, controleer of uw kapitaal onaangetast is en blijft.

3. Zeer lage kosten

Alle soorten kosten kunnen worden aangerekend door uw vermogensbeheerder, duidelijk vermeld of in uw aan- en verkoopkoersen inbegrepen; beheerskosten, bewaarkosten, kosten per transactie, minimum aantal transacties per portefeuille per jaar, intrede-/uittredekosten bij fondsen, beheerskosten in een fonds, retributies voor de klanten, TER bij een fonds, valutakosten, beurskosten, de grootte van de spread, enz.

Een verwittigde belegger is er twee waard.

 

Frans Van Nyverseel

fvn40@hotmail.com

ZWITSERLAND: schaalverkleining leidt tot lagere belastingen.

Een prachtig land zowel in de winter als in de zomer, iets duurder dan in Oostenrijk, en geen lid van de EU.

De belastingen die je in Zwitserland moet betalen verschillen sterk naargelang het kanton en de gemeente waar de belastingbetaler woont. Deze verschillen zijn belangrijker dan in onze gewesten, provincies en gemeenten.

Vergeleken met België hebben de kantons, naast het federaal belastingsysteem, hun eigen belastingsysteem met belangrijke verschillen. De meeste belastingen worden geheven op kantonaal en gemeentelijk niveau. Op kantonaal vlak liggen de verschillen tussen de 7 en 32%. Op parochiaal vlak wordt er ook een kerkbelasting geheven, naargelang de aanvaardde godsdienst.

De laagste inkomstenbelastingentarieven voor personen vindt men in de kantons: Zug en Appenzell-Innerrhoden. De hoogste tarieven vindt men in de meer stedelijke gebieden. Globaal ligt de totale personenbelasting lager dan 30%. Door de concurrentie tussen de kantons dwingt men de overheden efficiënter te werken, zoniet gaat de belastingplichtige verhuizen in een nabij gelegen kanton.

Voor belastingplichtigen met een hoog inkomen buiten Zwitserland of voor zij met een groot vermogen kan er een regeling worden gemaakt dat “Pauschalregelung” noemt. Zij worden dan belast op basis van hun uitgaven, en niet op basis van hun wereldwijde inkomen en vermogen. Zij worden bijvoorbeeld belast op vijfmaal de huurwaarde van hun woning. Deze regeling geldt alleen voor de belastingen op federaal en kantonaal vlak, en niet op gemeentelijk vlak. Niet in alle kantons is deze regeling mogelijk.

De belastingplichtige moet wel aan een aantal voorwaarden voldoen. Zo moet hij zich voor de eerste keer in Zwitserland vestigen en er geen betaalde activiteit uitoefenen. Wat ook het geval is voor zijn/haar eventuele echtgeno(o)te.

Men berekent het forfaitair bedrag op basis van het levensonderhoud. Bepaalde kantons hebben een minimumgrens bepaald en sommigen hebben een specifiek belastingtarief.

Het systeem is vooral interessant voor zij die in Zwitserland wonen en veel buitenlandse inkomsten hebben.

Iemand die minstens 180 dagen per jaar in Zwitserland woont, wordt er als fiscaal resident beschouwd. Of een verblijf van minstens 90 dagen ononderbroken indien men voor het fiscaal forfait wenst in aanmerking te komen.

Winst op aandelen en onroerend goed is op federaal niveau onbelast. Op kantonnaal niveau wordt de winst bij verkoop van onroerend goed wel belast (de tarieven verschillen per kanton).

Het belastingtarief voor rente en dividend bedraagt 35%. Inwoners van Zwitserland kunnen het gehele bedrag terugkrijgen (mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan).

Meer informatie kunt u vinden in de Franstalige brochure: link

Gebouw of vastgoedcertificaten kopen?

Een Mechelaar erfde 4 appartementen, was het gedrag van de huurders beu, verkocht het vastgoed en belegde het bedrag in vastgoedcertificaten.

Drie vierden van de Belgen is eigenaar van een woning. Soms eigenaar van een tweede woning. Dikwijls is het doel huurinkomsten genereren en de woning met een meerwaarde verkopen.

Nadelen van vastgoed is de grote investeringswaarde, het onderhoud, huurders die zorgen voor problemen of niet betalen, niet erg liquide, enz.

Een mogelijke oplossing voor al deze problemen vormen de vastgoedcertificaten. De eigenaar van een vastgoedcertificaat heeft het recht op de huurinkomsten na aftrek van de kosten, van de onderliggende portefeuille.

De koersen van de vastgoedcertificaten evolueren in functie van vraag en aanbod en de effecten zijn meestal niet erg liquide, zeker als er belangrijke paketten worden aangeboden. Sommige financiële instellingen die de uitgifte gewaarborgd hebben, hebben 10 jaar nodig om alle niet-verkochte certificaten geleidelijk aan op de markt te brengen om de koersen niet naar omlaag te kloppen.
Jaarlijks wordt de certificaathouder uitgenodigd op een informatievergadering, waar heel weinig volk naartoe komt.

In principe is de beheerder van een vastgoedcertificaat verplicht het gebouw, tussen het 15′de en 25′ste jaar te verkopen. De koepon van een vastgoedcertificaat wordt op een specifieke wijze fiscaal belast. Het koeponbedrag wordt gesplitst in een boekhoudkundig afschrijvingsgedeelte en in een interestgedeelte. Op dat laatste deel wordt roerende voorheffing geheven. Deze bedraagt 15% voor vastgoedcertificaten uitgegeven na 1 maart 1990. Voordien, dan is het tarief van 25% roerende voorheffing van toepassing.

In principe belegt een vastgoedcertificaat in slechts 1 gebouw, maar er zijn uitzonderingen. De belangrijkste vastgoedcertificaten zijn de huurcertificaten. Het gaat hier meestal om kantoorruimtes met verscheidene huurders. Risico’s zijn dat bepaalde ruimtes niet verhuurd worden, de kwaliteit van de huurders, de kosten van herstellingen, vernieuwingen die allen ten laste van de eigenaar vallen.

Vennootschappen zijn vrijgesteld van roerende voorheffing. En ook net voor de liquidatie kan de particulier een zaakje doen door zijn vastgoedcertificaten aan een vennootschap te verkopen.

Bij dalende rentevoeten is een vastgoedcertificaat interessant. Maar bij stijgende rente dalen de koersen want men kan interessanter beleggen in een “risicovrije” obligatie.

Tip: de belangrijkste beleggingsregel is SPREIDEN.